ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7109
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verblijf op grond van artikel 7 Associatiebesluit 1/80 wegens onvoldoende legaal wonen
Eiser, een Turkse nationaliteit dragend persoon, voerde aan dat hij op grond van artikel 7 van Pro het Associatiebesluit 1/80 recht had op verblijf omdat hij langer dan drie jaar legaal had samengewoond met zijn voormalige echtgenote, een Turkse werknemer met ook de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelde vast dat de termijn van drie jaar legaal wonen pas begint te lopen nadat toestemming is verleend om zich bij de Turkse werknemer te voegen en het gezinslid daadwerkelijk is gaan wonen bij die werknemer.
Eiser kreeg pas op 3 mei 2004 toestemming via een machtiging voorlopig verblijf (mvv) en is op 24 juni 2004 Nederland binnengekomen om bij zijn voormalige echtgenote te wonen. De termijn eindigde op 19 maart 2007, waardoor hij minder dan drie jaar legaal woonde. De rechtbank concludeerde dat eiser daarom geen rechten kan ontlenen aan artikel 7 van Pro het Associatiebesluit 1/80.
De rechtbank verwierp ook het verweer dat eiser verblijf toekomt omdat zijn voormalige echtgenote naast de Turkse ook de Nederlandse nationaliteit bezit. Het beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere besluiten van de staatssecretaris tot afwijzing en intrekking van de verblijfsvergunning bleven in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet voldoet aan de driejarige termijn van legaal verblijf als gezinslid van een Turkse werknemer.