ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7124
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.H.G. Odink
- A.G. Sijbrands
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vreemdelingenbewaring en de duur daarvan in relatie tot artikel 5 EVRM
Eiser is op 18 november 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld en heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Hij voert aan dat de bewaring onrechtmatig is vanwege het ontbreken van stukken over zijn aanspraak op een verblijfsvergunning onder het generaal pardon, onvoldoende zicht op uitzetting en de onbepaalde duur van de maatregel die strijdig zou zijn met artikel 5 EVRM Pro.
De rechtbank overweegt dat de pardonprocedure een aparte procedure betreft en dat het ontbreken van stukken hierover in het bewaringsdossier geen schending van de procesregels oplevert. Er is onvoldoende bewijs dat de uitzetting niet binnen redelijke termijn zal plaatsvinden. Eiser kan niet aannemelijk maken dat zijn mogelijkheden om bewijs te verzamelen voor de pardonprocedure worden gefrustreerd door de bewaring.
Ten aanzien van de duur van de maatregel verwijst de rechtbank naar het arrest Gebremedhin van het EHRM en stelt dat het enkele feit dat de duur van de bewaring vooraf niet vaststaat, niet strijdig is met artikel 5 EVRM Pro. De maatregel is gebaseerd op een wettelijke procedure en de vreemdeling kan op elk moment beroep instellen tegen de duur. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.