ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7879
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Poustochkine
- Dragtsma
- Meijers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs handgranaatbezit ondanks DNA-contactspoor
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het voorhanden hebben en overdragen van een handgranaat die bij café het Bliekkie was gegooid en ontploft.
Het DNA van verdachte werd aangetroffen op de beugel van de handgranaat, maar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) benadrukte dat het hier om een biologisch contactspoor ging dat zowel door direct als indirect contact kon zijn ontstaan. Er kon geen uitspraak worden gedaan over het tijdstip en de wijze van overdracht van het celmateriaal.
De verdediging stelde meerdere scenario's voor waarbij het DNA via een ander op de handgranaat terecht kon zijn gekomen. De rechtbank vond dat deze scenario's niet zonder meer konden worden uitgesloten en dat het niet met zekerheid kon worden vastgesteld of verdachte de handgranaat daadwerkelijk voorhanden had.
Gezien deze twijfel achtte de rechtbank het feit niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij. Tevens wees de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere veroordeling af.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij de handgranaat voorhanden had.