ECLI:NL:RBSGR:2008:BG8385
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring na zes maanden wegens belangenafweging en onduidelijkheid uitzetting
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een Sierraleoonse vreemdeling tegen de voortzetting van zijn vreemdelingenbewaring die sinds 21 mei 2008 duurde. De vreemdeling voerde aan dat er geen concreet zicht was op uitzetting vanwege onduidelijkheid over de accreditatie van de ambassadeur en het uitblijven van presentaties voor laissez passers.
De Staatssecretaris van Justitie stelde dat de ambassadeur inmiddels was geaccrediteerd en dat een Taskforce gepland stond om presentaties te houden, maar dat deze was uitgesteld. De rechtbank concludeerde dat er weliswaar zicht op uitzetting was, maar dat na ruim zes maanden bewaring het belang van de vreemdeling om in vrijheid te worden gesteld zwaarder weegt dan het belang van de Staat om hem in bewaring te houden.
De rechtbank nam daarbij mee dat de vreemdeling niet actief de uitzetting frustreerde, geen strafrechtelijke veroordelingen had en dat er te veel onduidelijkheid en niet nagekomen toezeggingen waren over de terugkeer. De bewaring werd daarom met onmiddellijke ingang opgeheven, het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, en de Staat werd veroordeeld in de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven omdat het belang van de vreemdeling om in vrijheid te zijn zwaarder weegt dan het belang van uitzetting.