ECLI:NL:RBSGR:2008:BG8569

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
18 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 08/6962 BESLU
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.W. Sentrop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 3:41 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding

Eiser verzocht om een verklaring omtrent het gedrag, welke door verweerder werd geweigerd bij besluit van 20 maart 2008. Tegen dit besluit diende eiser een bezwaarschrift in dat op 9 mei 2008 werd ontvangen, na afloop van de zeswekentermijn die op 1 mei 2008 eindigde. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, omdat de door eiser aangevoerde redenen zoals studieverplichtingen en feestdagen niet als verschoonbaar werden beschouwd.

Eiser voerde in beroep aan dat de niet-ontvankelijkverklaring kinderachtig was en dat hij duidelijk had toegelicht waarom het bezwaar te laat was ingediend. Ook wees hij op de late beslissing op bezwaar en het ontbreken van motivering. De rechtbank oordeelde dat eiser geen nieuwe gronden had aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden en dat de termijnoverschrijding terecht niet verschoonbaar werd geacht.

De rechtbank benadrukte dat studieverplichtingen en feestdagen geen geldige redenen zijn om de wettelijke bezwaartermijn te overschrijden. Tevens wees de rechtbank erop dat eiser tijdig een pro forma-bezwaarschrift had kunnen indienen om uitstel te vragen. Het belang van het verkrijgen van de verklaring woog zwaarder dan deelname aan feestdagen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding van het bezwaarschrift.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector bestuursrecht
derde afdeling, enkelvoudige kamer
Reg.nr.: AWB 08/6962 BESLU
UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
In het geding tussen
[eiser], wonende te [plaats]
en
de minister van Justitie, verweerder.
I. Ontstaan en loop van het geding
Bij besluit van 20 maart 2008 heeft verweerder de afgifte van een door eiser verzochte verklaring omtrent het gedrag geweigerd.
Tegen dat besluit heeft eiser bij ongedateerde brief, door verweerder ontvangen op 9 mei 2008, bezwaar gemaakt.
Bij brief van 13 mei 208 heeft verweerder eiser verzocht om een toelichting op de overschrijding van de bezwaartermijn.
Bij brief van 19 mei 2008 heeft eiser de gevraagde toelichting gegeven.
Bij besluit van 11 augustus 2008 heeft verweerder het bezwaar wegens overschrijding van de bezwaartermijn niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen dat besluit heeft eiser bij brief van 16 september 2008, ontvangen bij de rechtbank op 18 september 2008, beroep ingesteld.
Verweerder heeft bij brief van 23 september 2008 de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden alsmede een verweerschrift, gedateerd 31 oktober 2008.
Na bestudering van het dossier heeft de rechtbank besloten het onderzoek te sluiten.
II.Motivering
Het weigeringsbesluit van verweerder dateert van 20 maart 2008 en is op dezelfde datum aan eiser verzonden. In het besluit is een bezwaarclausule opgenomen.
De bewaartermijn is op 21 maart 2008 gaan lopen en is geëindigd op 1 mei 2008. Eisers bezwaarschrift is ongedateerd en is op 9 mei 2008, derhalve na afloop van de bezwaar-termijn, door verweerder ontvangen.
Ingevolge artikel 6:7 van Pro de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken.
Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt de bezwaartermijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
Ingevolge artikel 3:41, eerste lid, van de Awb geschiedt de bekendmaking van een besluit dat tot een belanghebbende is gericht onder meer door toezending aan de aanvrager.
Ingevolge artikel 6:9 van Pro de Awb is een bezwaarschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.
Bij verzending per post is een bezwaarschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Ingevolge artikel 6:11 van Pro de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Eiser is door verweerder in de gelegenheid gesteld toe te lichten waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Bij brief van 19 mei 2008 heeft eiser als reden voor de termijnoverschrijding aangevoerd dat hij het enorm druk had met schoolverplichtingen zoals tentamens en projecten en dat daarnaast enkele feestdagen (Koninginnedag en Hemelvaart) in de bezwaarperiode vielen. In het thans bestreden besluit heeft verweerder geoordeeld dat de door eiser aangevoerde redenen geen aanleiding geven tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Op grond daarvan is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
In beroep heeft eiser inzake de termijnoverschrijding aangevoerd dat hij de niet-ontvanke- lijkverklaring van het bezwaar door verweerder erg kinderachtig vindt. Hij meent in de brief van 19 mei 2008 duidelijk te hebben aangegeven waarom hij het bezwaarschrift te laat heeft ingediend. Verder wijst hij er op dat de beslissing op bezwaar pas na 12 weken is gevolgd en dat daarin niet is gemotiveerd waarom niet-ontvankelijkverklaring moest volgen.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat de door eiser genoemde redenen geen aanleiding gaven de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar te achten. De rechtbank is bereid er van uit te gaan dat eiser gedurende de bezwaartermijn schoolverplichtingen had zoals tentamens en projecten. Bij een goede planning had hij echter desondanks tijdig bezwaar kunnen maken. Eventueel had eiser tijdig een pro forma-bezwaarschrift kunnen indienen en daarbij kunnen verzoeken om uitstel voor het indienen van de gronden van het bezwaar.
Daarnaast heeft eiser de feestdagen 30 april 2008 en 1 mei 2008 als reden van de termijnoverschrijding genoemd. Daarin is echter geen reden voor verschoonbare termijn- overschrijding gelegen, aangezien eiser het bezwaarschrift al vóór Koninginnedag ter post had moeten bezorgen om dit nog tijdig te kunnen indienen. De bezwaartermijn liep immers op 1 mei 2008 (Hemelvaartsdag) af. Voor zover eiser heeft willen betogen dat hem ook het genoegen van deelname aan de festiviteiten op beide dagen moet worden gegund, heeft hij daarmee blijk gegeven van een verkeerde prioriteitstelling. Het belang dat gemoeid was met het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag moet immers groter worden geacht dan dat van deelname aan algemene feestdagen.
Ter voorlichting aan eiser merkt de rechtbank nog op dat de bezwaartermijn wettelijk is vastgelegd en dat een bestuursorgaan daarvan niet zonder goede redenen mag afwijken.
Anders dan eiser meent heeft verweerder binnen de wettelijke beslistermijn op zijn bezwaar beslist.
Nu door eiser in beroep geen gronden zijn aangevoerd die tot een ander oordeel leiden, is het beroep kennelijk ongegrond. Aan een inhoudelijke beoordeling van de bezwaren van eiser komt derhalve ook de rechtbank niet toe.
Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
III. Beslissing
De rechtbank 's-Gravenhage,
RECHT DOENDE:
Verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J.W. Sentrop en in het openbaar uitgesproken op
18 december 2008, in tegenwoordigheid van de griffier mr. B.J. Platenburg.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij aan de rechtbank verzoeken omtrent het verzet te worden gehoord.