ECLI:NL:RBSGR:2008:BG8909
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. van Linschoten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel
Verzoeker diende een asielaanvraag in die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) werd afgewezen op grond van onder meer het gebruik van een vals paspoort en onvoldoende geloofwaardigheid van zijn asielverhaal. Verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde van zijn keuze, maar deze werd niet tijdig geïnformeerd over de procedurele stappen, waaronder de gehoren en het voornemen tot afwijzing.
De rechtbank constateerde dat het rapport van eerste gehoor, het rapport van nader gehoor en het voornemen niet aan de gekozen gemachtigde waren gezonden. In plaats daarvan werd een andere advocaat, aangewezen door de Raad voor de Rechtsbijstand, betrokken, maar verzoeker was hierover ontevreden. De gemachtigde van verzoeker kreeg pas op het laatste moment bericht om een zienswijze in te dienen, wat onvoldoende was om adequaat te reageren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hierdoor het recht van verzoeker om zich te laten bijstaan door een door hem gekozen gemachtigde werd geschonden en dat hij niet in de gelegenheid was gesteld zijn zienswijze ten volle te benutten. Dit vormde een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en de procedurele rechten van verzoeker.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens schending van het recht op rechtsbijstand en onvoldoende zorgvuldigheid.