ECLI:NL:RBSGR:2008:BG9611
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voortzetting vreemdelingenbewaring minderjarige ondanks non-coöperatie
Eiser, een 16-jarige minderjarige met Palestijnse nationaliteit, is op 13 augustus 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. Eerder beroep tegen deze bewaring werden ongegrond verklaard. Eiser voerde aan dat de uitzetting naar Marokko niet in zicht is, dat onvoldoende voortvarend wordt gewerkt aan uitzetting en dat zijn jeugdige leeftijd een beperking op de duur van bewaring vereist. Tevens stelde hij dat hij niet op de juiste locatie in bewaring verblijft.
De rechtbank constateert dat het onderzoek bij de Marokkaanse autoriteiten nog loopt en dat verweerder voldoende voortvarend handelt om uitzetting te effectueren. De non-coöperatieve houding van eiser, die ondanks toezeggingen geen concrete informatie over zijn verblijf in Frankrijk verstrekt en blijft volharden in zijn nationaliteit, weegt zwaar mee. De rechtbank oordeelt dat het belang van verweerder bij voortzetting van de bewaring zwaarder weegt dan het belang van eiser bij opheffing daarvan.
De bezwaren van eiser tegen de locatie van zijn bewaring worden niet inhoudelijk beoordeeld omdat het bestuursrechtelijke kader hiervoor geen toetsingscriteria bevat. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de vreemdelingenbewaring van de minderjarige.