ECLI:NL:RBSGR:2008:BG9643
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bevoegdheid en verblijfsgat bij wijziging verblijfsvergunning wegens huiselijk geweld
Eiseres, een Kaapverdische vrouw, was tot 2 april 2007 in het bezit van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'verblijf bij partner'. Na de verbreking van haar relatie met haar partner diende zij op 17 april 2007 een aanvraag in voor wijziging van haar verblijfsvergunning naar de beperking 'voortgezet verblijf', gebaseerd op huiselijk geweld.
Verweerder, de staatssecretaris van Justitie, wees de aanvraag aanvankelijk af, maar verklaarde het bezwaar gegrond en verleende uiteindelijk op 6 juni 2008 een verblijfsvergunning met ingang van 27 september 2007 tot 27 september 2012. Hierdoor ontstond een verblijfsgat van 2 april tot 27 september 2007, waartegen eiseres beroep instelde.
De rechtbank beoordeelde eerst de bevoegdheid van het bestreden besluit en oordeelde dat het besluit bevoegd was genomen. De beslissing op bezwaar was genomen door een andere functionaris dan degene die het primaire besluit nam, conform artikel 7:11 en Pro 10:3 Awb, ook al waren beide besluiten namens het hoofd van de IND genomen via ondermandaat.
Ten aanzien van het verblijfsgat overwoog de rechtbank dat op grond van de Vreemdelingencirculaire 2000 een medische verklaring en een proces-verbaal van aangifte vereist zijn om de verblijfsvergunning onder de beperking 'voortgezet verblijf' te verlenen. Eiseres had pas op 27 september 2007 de medische verklaring overgelegd, waardoor zij pas vanaf die datum aan de voorwaarden voldeed. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verblijfsgat van 2 april tot 27 september 2007 is terecht ontstaan.