ECLI:NL:RBSGR:2008:BG9963
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens strijd met zorgvuldigheids- en motiveringsvereiste
Eiser, een Servisch staatsburger, diende in 2000 een asielaanvraag in die aanvankelijk werd afgewezen op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. De rechtbank verklaarde dit besluit in 2003 gegrond wegens onvoldoende motivering omtrent artikel 3 EVRM Pro. In het bestreden besluit van 30 november 2007 werd de aanvraag opnieuw afgewezen, waarbij verweerder zich baseerde op ambtsberichten en de stelling dat de amnestiewet onverkort van toepassing was.
Eiser voerde aan dat hij vanwege desertie tijdens de Kosovo-crisis niet onder de amnestiewet valt en dat hij bij terugkeer vervolgd en onmenselijk behandeld zal worden, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. Hij overlegde oproepen, een brief van een Servische advocaat en medische rapporten ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelt dat de vertaalde oproepen en de brief van de advocaat voldoende concrete aanknopingspunten bieden om te twijfelen aan de juistheid van de ambtsberichten. Verweerder mocht het besluit niet baseren op de stelling dat de oproepen slechts betrekking hebben op ongeoorloofde afwezigheid bij herhalingsoefeningen zonder nader onderzoek.
Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 644,-. De overige beroepsgronden blijven buiten beschouwing.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens strijd met zorgvuldigheids- en motiveringsvereiste.