ECLI:NL:RBSGR:2008:BH0051
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens strijd met Awb en toetsing openbare ordecriterium
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd door verweerder ongewenst verklaard en zijn verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd ingetrokken vanwege ernstige inbreuken op de openbare orde, waaronder een veroordeling tot zeven jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag.
Eiser voerde aan dat hij rechtmatig verblijf had sinds 1987, dat Richtlijn 2003/86/EG ten onrechte niet was toegepast en dat het besluit strijdig was met artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelt dat Richtlijn 2003/86 niet van toepassing is omdat de echtgenote van eiser de Nederlandse nationaliteit bezit en dat het besluit niet onjuist is op basis van Richtlijn 2003/109/EG. De rechtbank bevestigt dat het openbare ordecriterium in deze richtlijnen verschilt.
De rechtbank stelt vast dat eiser geen rechtmatig verblijf had tussen 1992 en 1994 en bevestigt dat verweerder terecht de glijdende schaal toepaste. De belangenafweging van verweerder, waarbij rekening is gehouden met de ernst van de misdrijven, de detentieperiode en de gezinssituatie, wordt als zorgvuldig beoordeeld.
Hoewel het besluit wordt vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro omdat verweerder geen overwegingen gaf aan het beroep op Richtlijn 2003/86, blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 Awb, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het beroep tegen intrekking verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard.