ECLI:NL:RBSGR:2008:BH0349
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens verantwoordelijkheid Bulgarije volgens Dublin-verordening
Eiser, een Iraakse minderjarige, diende op 11 november 2007 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees deze aanvraag op 7 april 2008 af, omdat Bulgarije als verantwoordelijke lidstaat voor de behandeling van het asielverzoek werd aangewezen op grond van de Dublin-verordening (Vo 343/2003). Eiser stelde dat vanwege zijn minderjarigheid bijzondere omstandigheden golden om het verzoek aan Nederland toe te wijzen en betoogde dat Bulgarije internationale verdragsverplichtingen niet naleeft, onder meer vanwege slechte detentieomstandigheden en risico op indirect refoulement.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende concrete, individuele feiten en omstandigheden had aangevoerd om aan te tonen dat Bulgarije haar internationale verplichtingen niet nakomt. Diverse overgelegde rapporten en publicaties werden als onvoldoende relevant of concreet beoordeeld om het vertrouwen in Bulgarije te ondermijnen. Ook werd het argument van minderjarigheid niet als voldoende zwaarwegend beschouwd om af te wijken van de Dublin-verordening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek van eiser af. Tevens werd geen aanleiding gezien om een partij te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak bevestigt de toepassing van de Dublin-verordening en het interstatelijk vertrouwensbeginsel in asielprocedures binnen de EU-lidstaten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het afwijzingsbesluit van de IND wordt bevestigd.