ECLI:NL:RBSGR:2008:BH1903
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering en bescherming
Verzoeker, een minderjarige vreemdeling van Azerbeidzjaanse dan wel Georgische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel en een ambtshalve verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv). Verweerder wees de aanvraag af op grond van vermeend gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende bewijs van bescherming in het land van herkomst.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom verzoekers ernstige beperkingen in sociaal en maatschappelijk functioneren niet zouden leiden tot recht op bescherming. De rechtbank stelt vast dat verzoeker als gevolg van discriminatie en mishandeling niet in staat was zijn school af te maken en sociaal te functioneren. Verweerder heeft ook onvoldoende onderzocht waarom slechts één aangifte van mishandeling is gedaan en waarom verdere bescherming niet is gezocht.
Verder acht de rechtbank de verklaring over de moord op verzoekers vader niet overtuigend gemotiveerd afgewezen, terwijl verzoeker beperkte kennis hierover had vanwege bedreigingen. Ook is vastgesteld dat adequate opvang in Georgië ontbreekt omdat de persoon die opvang bood onder druk werd gezet.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over de verblijfsvergunning.