ECLI:NL:RBSGR:2008:BH3410
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige oplegging bewaring wegens niet-uitgereikte mededeling toepassing artikel 50 Vreemdelingenwet
Eiser, een Litouwse onderdaan, werd op 26 november 2008 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel, stellende dat hem de verplichte mededeling toepassing artikel 50, derde lid Vreemdelingenwet, niet was uitgereikt. De rechtbank constateert dat het formulier niet was ingevuld en niet door eiser was ondertekend, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de mededeling daadwerkelijk aan eiser is overhandigd.
Verweerder voerde aan dat eiser zijn nationaliteit niet met originele documenten kon aantonen en dat er zicht was op uitzetting, waardoor de bewaring gerechtvaardigd was. De rechtbank oordeelt dat de onzorgvuldigheid in het niet uitreiken van de mededeling en het ontbreken van kenbare uitzettingshandelingen tijdens de detentie een schending van de belangen van eiser vormt.
De rechtbank acht de oplegging van de bewaring daarom onrechtmatig vanaf de datum van inbewaringstelling en beveelt de opheffing van de bewaring per 9 december 2008. Tevens kent zij eiser een schadevergoeding toe voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelt de Staat in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent schadevergoeding toe wegens onrechtmatige vrijheidsontneming.