ECLI:NL:RBSGR:2008:BH3493
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over buiten behandeling stellen incomplete verblijfsaanvragen en herstelverzuim
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit, diende meerdere aanvragen in voor een verblijfsvergunning onder de beperking studie. De staatssecretaris stelde deze aanvragen buiten behandeling wegens het niet voldoen aan vereisten zoals het betalen van leges en het overleggen van documenten. De rechtbank onderzocht of de buiten behandeling stelling rechtmatig was, met name of eiser voldoende gelegenheid had gekregen om het verzuim te herstellen.
De rechtbank oordeelde dat de eerste buiten behandeling stelling niet aan de vereisten van artikel 4:5 Awb Pro voldeed, omdat eiser niet adequaat in de gelegenheid was gesteld om de aanvraag aan te vullen. De herstelverzuimbrief ontbrak of was onvoldoende, en de uitnodiging om in persoon te verschijnen was niet duidelijk als herstelverzuimbrief geformuleerd. Hierdoor werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Voor de tweede aanvraag oordeelde de rechtbank dat de herstelverzuimbrief wel voldeed en dat eiser ondanks de korte termijn niet had gereageerd. Ook al ontbrak een clausule over de gevolgen van het niet voldoen aan het verzoek, dit was niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel omdat de gemachtigde op de hoogte geacht werd te zijn. Het beroep tegen deze buiten behandeling stelling werd ongegrond verklaard.
De rechtbank wees de verzoeken om voorlopige voorzieningen af en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten aan eiser. De uitspraak bevestigt het belang van correcte toepassing van artikel 4:5 Awb Pro bij het buiten behandeling stellen van aanvragen en de noodzaak van duidelijke communicatie over herstelmogelijkheden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 11 juni 2007 wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; het beroep tegen het besluit van 14 november 2007 wordt ongegrond verklaard.