ECLI:NL:RBSGR:2008:BH3522
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen ongewenstverklaring en weigering verlenging verblijfsvergunning wegens openbare orde en artikel 8 EVRM
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit en sinds zijn negentiende in Nederland verblijvend, is ongewenst verklaard en zijn aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning geweigerd vanwege ernstige strafbare feiten waarvoor hij is veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf.
De rechtbank beoordeelt of de ongewenstverklaring in strijd is met artikel 8 van Pro het EVRM, dat het recht op respect voor familie- en gezinsleven beschermt. Hoewel eiser een beroep kan doen op artikel 8 EVRM Pro, oordeelt de rechtbank dat de belangenafweging in het nadeel van eiser uitvalt vanwege de ernst van de gepleegde delicten en het belang van de openbare orde.
De rechtbank stelt vast dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat er sprake is van een bijzondere afhankelijkheidsrelatie met zijn ouders die de normale band tussen volwassen familieleden overstijgt. Tevens wordt aangenomen dat eiser zichzelf in Marokko kan handhaven en dat het gezinsleven aldaar kan worden voortgezet.
Daarom wordt het beroep tegen de ongewenstverklaring ongegrond verklaard en het beroep tegen de weigering van verlenging van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de weigering van verlenging van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.