ECLI:NL:RBSGR:2008:BH3536
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens uitzicht op verblijfsvergunning en belangenafweging
Eiser is in oktober 2008 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 met het oog op uitzetting. Hij heeft beroep ingesteld tegen de voortduring van deze maatregel en vordert opheffing van de bewaring. De rechtbank overweegt dat eiser in 2005 een aanvraag voor een verblijfsvergunning heeft ingediend met als doel het uitoefenen van gezinsleven, zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. De vergunning werd aanvankelijk geweigerd vanwege het ontbreken van een geldig paspoort.
Uit een brief van het Surinaamse consulaat blijkt dat eiser alleen persoonlijk een paspoort kan aanvragen, wat nu pas mogelijk is als hij in vrijheid wordt gesteld. De rechtbank weegt het belang van eiser om in vrijheid te zijn om zijn verblijfsvergunning te verkrijgen zwaarder dan het belang van verweerder bij voortzetting van de bewaring. Hoewel eiser criminele antecedenten heeft, worden deze niet als zwaarwegend genoeg beschouwd om de belangenafweging in het nadeel van eiser te doen uitvallen.
De rechtbank constateert dat de presentaties bij het consulaat doorgaan en dat de bewaring inmiddels langer dan zes maanden duurt, waardoor het belang van eiser bij vrijlating zwaarder weegt. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, beveelt de opheffing van de bewaring met ingang van 24 december 2008 en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven met ingang van 24 december 2008.