ECLI:NL:RBSGR:2008:BH3692
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning en ongewenstverklaring vreemdeling met medische gezinsbelangen
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende man, werd ongewenst verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege gedragingen als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. Zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning werd afgewezen en het beroep daarop werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zolang de ongewenstverklaring voortduurt, geen rechtmatig verblijf mogelijk is.
De rechtbank erkent het familie- en gezinsleven van eiser met zijn Nederlandse echtgenote en minderjarige kinderen, van wie de oudste dochter lijdt aan het Ellis-van Creveld Syndroom en intensieve medische zorg behoeft. De rechtbank stelt dat de belangenafweging die verweerder maakte onvoldoende rekening hield met de ernstige medische situatie en de rol van eiser in de zorg en besluitvorming.
Op grond hiervan oordeelt de rechtbank dat het bezwaar tegen de ongewenstverklaring een redelijke kans van slagen heeft en wijst zij het verzoek om een voorlopige voorziening toe die de uitzetting van eiser verbiedt totdat op het bezwaar is beslist. Tevens worden de proceskosten en griffierechten aan eiser toegekend.
De rechtbank benadrukt dat het beroep tegen de verblijfsvergunning niet ontvankelijk is zolang de ongewenstverklaring geldt. De uitspraak is gedaan door voorzitter Jonkers op 10 december 2008.
Uitkomst: Beroep tegen verblijfsvergunning niet-ontvankelijk, maar voorlopige voorziening toegewezen die uitzetting verbiedt vanwege medische belangen van kinderen.