ECLI:NL:RBSGR:2008:BH6527
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslagen overdrachtsbelasting en vergrijpboete bij aandelenverkrijging in onroerendgoedlichaam
Eiseres verwierf in 2001 en 2002 via drie transacties een aanmerkelijk belang van vijftien procent in een beursgenoteerd onroerendgoedlichaam. Verweerder legde naheffingsaanslagen overdrachtsbelasting op voor de jaren 2001 en 2002, inclusief vergrijpboetes. Eiseres voerde aan dat zij als natuurlijke persoon slechts overdrachtsbelasting verschuldigd zou zijn over het meerdere boven zeven procent en dat de antimisbruikbepaling niet van toepassing was.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van ongelijke behandeling tussen natuurlijke personen en rechtspersonen en dat de wetsbepalingen correct waren toegepast. De naheffingsaanslagen werden gehandhaafd. Ten aanzien van de vergrijpboete stelde eiseres dat zij niet opzettelijk de belastingplicht had geschonden omdat zij niet wist dat zij belasting verschuldigd was. De rechtbank stelde vast dat eiseres bewust de belasting niet binnen de gestelde termijn had voldaan, ondanks kennis van de verplichting en adviezen tot betaling.
De boete werd door verweerder gematigd wegens wanverhouding en door de rechtbank verder verminderd met tien procent wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover de boete werd verminderd, maar de naheffingsaanslagen werden gehandhaafd. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Naheffingsaanslagen overdrachtsbelasting worden gehandhaafd, boete bij aanslag 2002 verminderd tot €270.000.