ECLI:NL:RBSGR:2008:BJ0359
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gezamenlijk gezag en verblijfplaats minderjarige na erkenning tijdens huwelijk
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek van de vader om de gewone verblijfplaats van hun minderjarige kind te wijzigen naar zijn adres. De ouders waren gehuwd geweest en de vader had het kind tijdens het huwelijk erkend. De moeder voerde verweer en betwijfelde of het gezamenlijke gezag tijdens het huwelijk bestond.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 1:251 lid 1 BW Pro ouders gedurende het huwelijk gezamenlijk gezag uitoefenen, ook als de erkenning tijdens het huwelijk plaatsvond. Na echtscheiding blijft het gezamenlijke gezag behouden tenzij anders beslist. Omdat in de echtscheidingsbeschikking geen gezagsbeslissing was opgenomen, bleef het gezamenlijke gezag van kracht.
De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is om over de verblijfplaats te beslissen. De raad voor de kinderbescherming werd verzocht het lopende onderzoek uit te breiden met een rapport over de verblijfplaats in het belang van het kind. De behandeling werd pro forma aangehouden voor vier maanden, waarna de zaak zal worden voortgezet.
De beslissing bevestigt het gezamenlijke gezag en stelt de uiteindelijke beslissing over de verblijfplaats uit tot na advies van de raad, met het belang van het kind als uitgangspunt.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt het gezamenlijke gezag en houdt de beslissing over de verblijfplaats van de minderjarige aan voor nader onderzoek en advies.