ECLI:NL:RBSGR:2008:BJ0710
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen ongewenstverklaring vreemdeling wegens strafrechtelijke antecedenten
Verzoeker, een Marokkaanse vreemdeling, is door de staatssecretaris van Justitie op 19 september 2008 ongewenst verklaard vanwege strafrechtelijke antecedenten en de aanvraag om voortgezet verblijf werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om zijn uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker veroordeeld was tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en dat de staatssecretaris de aanvraag tot verlenging van het verblijf had afgewezen op grond van artikel 3.86 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (glijdende schaal). De kern van het geschil betrof de duur van het rechtmatig verblijf van verzoeker in Nederland, waarbij de staatssecretaris aannam dat dit vanaf 2001 was, terwijl verzoeker stelde dat hij al vanaf 1993 rechtmatig verbleef.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat verzoeker slechts rechtmatig verblijf had vanaf 2001, mede omdat belangrijke stukken van het dossier ontbraken en dit voor rekening van verweerder kwam. Gezien het langdurige rechtmatig verblijf van verzoeker werd niet voldaan aan de norm voor afwijzing op grond van artikel 3.86 Vb 2000. Daarom was de staatssecretaris niet bevoegd om verzoeker ongewenst te verklaren.
De voorzieningenrechter achtte het bezwaar van verzoeker redelijk kansrijk en kende de voorlopige voorziening toe. Verweerder werd verboden verzoeker uit te zetten en de strafrechtelijke gevolgen van de ongewenstverklaring werden geschorst tot vier weken na beslissing op het bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan verzoeker vergoed.
De uitspraak is gedaan op 19 december 2008 door voorzieningenrechter J. Jonkers en staat geen hoger beroep tegen open.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoeker wordt geschorst tot vier weken na beslissing op het bezwaar.