ECLI:NL:RBSGR:2008:BK5403
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit opschorting bijhouding persoonslijst wegens onjuiste grondslag
Eiser verzocht om registratie van zijn woonadres in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) met een door hem vervalste handtekening. De gemeente Den Haag schortte de bijhouding van zijn persoonslijst op met de aanduiding “vertrokken naar onbekend”, verwijzend naar artikel 48, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke basisadministratie persoonsgegevens (de Wet).
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde beroep in bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat artikel 48, tweede lid, van de Wet niet van toepassing is in deze situatie, omdat deze bepaling alleen ziet op ingezetenen die langdurig buiten Nederland verblijven en in gebreke blijven met het doen van aangifte. Het opschorten van de persoonslijst van een in Nederland verblijvend persoon zonder voortzetting van de registratie in een andere gemeente is niet toegestaan.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval de gemeente een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot opschorting van de bijhouding van de persoonslijst wordt vernietigd en de gemeente wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.