ECLI:NL:RBSGR:2008:BL4499
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. de Loor-Alwin
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvangsdatum berekening invorderingsrente bij voorlopige aanslagen inkomstenbelasting
Eiser betaalde voorlopige aanslagen inkomstenbelasting voor de jaren 2005 en 2006, waarna de inspecteur deze ambtshalve verminderde. De Belastingdienst vergoedde invorderingsrente vanaf de eerste dag van het kalenderjaar volgend op het aanslagjaar. Eiser betwistte de aanvangsdatum en stelde dat de rente vanaf de dag na afloop van de betalingstermijn (1 maart 2005 en 1 maart 2006) moest worden berekend, omdat hij binnen de termijn had betaald en gebruik maakte van een betalingskorting.
De rechtbank oordeelde dat artikel 28, vijfde lid, van de Invorderingswet 1990 bepaalt dat de vervaldag van de betalingstermijn het beginpunt is voor de berekening van de invorderingsrente, ook als eerder is betaald. De betalingskorting is een stimulans voor betaling in één keer en staat los van de vervaldatum. Daarom is het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 3 juli 2008 in het openbaar uitgesproken door rechter L. de Loor-Alwin.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de berekening van invorderingsrente start op de vervaldag van de betalingstermijn.