ECLI:NL:RBSGR:2008:BM6758
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.A. den Hartog
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen afwijzing aftrek ziektekosten verblijf hotel na ziekenhuisopname
Belanghebbende, geboren in 1943, ontving in 2003 een WAO-uitkering en bracht in zijn belastingaangifte een bedrag van €6.628 aan ziektekosten in aftrek. De inspecteur corrigeerde dit bedrag grotendeels, met name de kosten voor het verblijf in een hotel, die niet als aftrekbare ziektekosten werden erkend.
Belanghebbende was in het voorjaar van 2003 opgenomen in het ziekenhuis vanwege ernstige rug- en buikklachten veroorzaakt door een gasvergiftiging die leidde tot osteoporose met wervelbreuken. Na ontslag verbleef hij enkele maanden deels in het hotel en deels thuis. De vraag was of deze hotelkosten konden worden aangemerkt als uitgaven wegens ziekte in de zin van artikel 6.17 Wet IB 2001.
De rechtbank oordeelt dat de hotelkosten huisvestingskosten zijn en geen uitgaven voor geneeskundige hulp. Er was onvoldoende bewijs dat het verblijf in het hotel een verlengstuk van de ziekenhuisbehandeling vormde, mede omdat belanghebbende al was ontslagen. Ook was het hotel geen AWBZ-instelling. Daarom is het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de correctie van aftrek van ziektekosten voor het hotelverblijf wordt ongegrond verklaard.