ECLI:NL:RBSGR:2008:BN7692
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzuimboete en heffingsrente bij naheffingsaanslag omzetbelasting
Eiseres, een binnenvaartbedrijf, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het laatste kwartaal van 2005, inclusief een verzuimboete en heffingsrente. De naheffing volgde op een controle waarbij werd vastgesteld dat de vrijstelling van omzetbelasting op de verkoop van een schip onterecht was toegepast. Eiseres maakte bezwaar tegen de boete en heffingsrente en stelde beroep in.
De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van afwezigheid van alle schuld (AVAS) of een pleitbaar standpunt, waardoor de boete niet terecht zou zijn opgelegd. Eiseres voerde aan dat zij op de deskundigheid van een scheepsmakelaar mocht vertrouwen en verwees naar een resolutie van de Staatssecretaris die een ruimhartig beleid zou bevestigen. Tevens stelde zij dat de heffingsrente onterecht was berekend omdat er geen rentenadeel was.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende zorgvuldigheid had betracht, aangezien de verkoop van het schip niet tot haar normale bedrijfsactiviteiten behoorde en zij zich had moeten vergewissen van de juistheid van het standpunt. De resolutie was niet van toepassing op deze situatie en het pleitbaar standpunt was niet onderbouwd met jurisprudentie of literatuur. De berekening van heffingsrente was volgens de wet correct, ongeacht het feit of daadwerkelijk een rentenadeel was geleden.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij de vernietiging van de boete en vermindering van de heffingsrente af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep tegen de verzuimboete en heffingsrente wordt ongegrond verklaard.