ECLI:NL:RBSGR:2008:BN9435
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-toekenning hypotheekrenteaftrek wegens ontbreken hoofdverblijf eigen woning in 2003
Eiseres stelde dat zij in 2003 de woning aan de A-straat als eigen woning bewoonde en daarom recht had op aftrek van hypotheekrente en kosten. Verweerder betwistte dit en wees op de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie op een ander adres sinds 2000 en het feit dat de woning door meerdere derden werd bewoond.
De rechtbank stelde vast dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd om aannemelijk te maken dat de woning aan de A-straat haar hoofdverblijf was in 2003. De door haar overgelegde brieven, verklaringen van haar echtgenoot en kennis werden niet als objectief bewijs beschouwd. Ook ontbraken stukken waaruit bleek dat zij door de gemeente op het adres was uitgeschreven.
Op grond van artikel 3.111 Wet IB 2001 rust de bewijslast bij eiseres. De rechtbank concludeerde dat de woning niet als eigen woning in de zin van deze wet kon worden aangemerkt. Daarom werd de aanspraak op hypotheekrenteaftrek afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de hypotheekrenteaftrek wordt geweigerd.