ECLI:NL:RBSGR:2009:29328

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
22 juli 2009
Publicatiedatum
15 december 2021
Zaaknummer
274612 / HA ZA 06-3432
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • P.G.J. de Heij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid voor verminderde kwaliteit van geleverde producten en onredelijk bezwarend beding in algemene voorwaarden

In deze civiele procedure staat de vraag centraal of Bonda's geleverde producten aan De Keizersberg onvoldoende kwaliteit hadden, waardoor Bonda aansprakelijk zou zijn voor de geleden schade.

De Keizersberg betoogt dat het beding in de algemene voorwaarden van Bonda onredelijk bezwarend is omdat het onmogelijk is binnen twee weken de producten op alle relevante stoffen te analyseren. De rechtbank overweegt dat het risico voor verborgen gebreken na twee weken bij de koper ligt, wat niet onredelijk is.

De rechtbank beoordeelt de bewijsstukken over de analysekosten en doorlooptijden en concludeert dat het mogelijk lijkt de analyses binnen de termijn uit te voeren. De Keizersberg krijgt alsnog de gelegenheid haar stelling te bewijzen. De verdere beslissing wordt aangehouden, met een getuigenverhoor gepland.

De uitspraak bevestigt dat het beding niet zonder bewijs onredelijk bezwarend wordt geacht en dat het belang van tijdige analyse en verbruik van producten meeweegt in de beoordeling.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep op onredelijk bezwarend beding af tenzij De Keizersberg kan bewijzen dat analyse binnen twee weken onmogelijk is.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK's-Gravenhage
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 274612 / HA ZA 06-3432
Vonnis van 22 juli 2009
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ DE KEIZERSBERG B.V.,
gevestigd te Elsendorp,
eiseres,
advocaat mr. E. Grabandt,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BONDA'S VEEVOEDERBUREAU B.V.,
gevestigd te Hillegom,
gedaagde,
advocaat mr. H.J.A. Knijff.
Partijen zullen hierna De Keizersberg en Bonda genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 17 december 2008;
  • de akte van De Keizersberg van 11 februari 2009, met producties;
  • de antwoordakte van Bonda van 8 april 2009.
1.2.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De rechtbank blijft bij hetgeen in voormeld tussenvonnis is overwogen en beslist.
2.2.
In deze procedure gaat het om de vraag of Bonda aansprakelijk is voor de schade die De Keizersberg heeft geleden als gevolg van de gestelde onvoldoende kwaliteit van de door Bonda aan De Keizersberg geleverde producten.
2.3.
Bij voormeld tussenvonnis is in het kader van de bespreking van het beroep op de artikelen G3 / E1 van Bondas algemene voorwaarden De Keizersberg in de gelegenheid gesteld de bij de producties 25 a t/m g bij de antwoordakte na comparitie behorende bijlagen in het geding te brengen. Daarnaast is De Keizersberg in de gelegenheid gesteld aan te geven op welke data de in productie 7 bij de dagvaarding vermelde analyses (voor zover niet genoemd in de dagvaarding onder 11) zijn gedaan. De Keizersberg heeft een akte genomen, waarop Bonda bij antwoordakte heeft gereageerd.
2.4.
In haar akte lijkt De Keizersberg thans de stelling in te nemen dat het beding onder G3 / E1 onredelijk bezwarend is, omdat het niet mogelijk is de door Bonda geleverde natte bijproducten binnen de termijn van twee weken te analyseren op niet slechts de door Bonda opgegeven matrixwaarden maar daarnaast op
allemogelijk in het product aanwezige stoffen (verontreinigingen) die een gebrek aan het product zouden kunnen opleveren. De rechtbank neemt met De Keizersberg aan dat dat inderdaad niet mogelijk is. Het beding onder G3 komt er dan op neer dat voor de aanwezigheid van die stoffen zal gelden dat het risico, dat na meer dan twee weken blijkt dat het product met de stof is verontreinigd, bij de koper wordt gelegd. Anders dan De Keizersberg stelt, is het verleggen van het risico voor een dergelijk verborgen gebrek echter niet als onredelijk bezwarend aan te merken.
2.5.
Voor zover De Keizersberg zich ook thans nog op het standpunt stelt dat het beding onder G3 / E1 onredelijk bezwarend is, omdat niet mogelijk is het product binnen de termijn van twee weken en tegen aanvaardbare kosten op de door Bonda opgegeven matrixwaarden te laten analyseren geldt het volgende. De rechtbank begrijpt dat Bonda niet betwist dat het beding onredelijk bezwarend zou zijn indien analyse binnen de termijn praktisch gezien niet mogelijk is. Wel bestrijdt Bonda dat dat uit de door De Keizersberg overgelegde producties zou blijken.
2.6.
De Keizersberg heeft als producties 25 en 26 lijsten overgelegd met prijzen en doorlooptijden van analyses bij twee verschillende laboratoria. Uit die producties blijkt het door De Keizersberg gestelde niet. Daaruit lijkt veeleer te volgen dat het goed mogelijk is het product binnen de termijn van twee weken te laten analyseren op de in de matrix opgenomen stoffen, zodat tijdig bij de leverancier gereclameerd kan worden, nog daargelaten dat kennelijk spoedanalyses mogelijk zijn. Ook de kosten van de analyses op deze lijsten lijken niet onredelijk hoog. Deze producties overtuigen dus vooralsnog niet. In dit verband is ook van belang dat De Keizersberg, hoewel daartoe in het tussenvonnis in de gelegenheid gesteld, niet van alle in productie 7 bij de dagvaarding vermelde analyses heeft aangegeven wanneer deze zijn uitgevoerd. Dit laat derhalve de mogelijkheid open dat zou kunnen blijken dat in ieder geval [X] in staat is de analyses binnen de termijn uit te voeren. Gezien het specifieke bewijsaanbod van De Keizersberg in haar akte van 4 juli 2007 onder 13 zal zij niettemin in de gelegenheid worden gesteld haar stelling te bewijzen.
2.7.
Indien De Keizersberg er niet in slaagt haar stelling te bewijzen, is er geen reden het beding als onredelijk bezwarend aan te merken. Onder die omstandigheden is het beding aanvaardbaar, ook omdat door Bonda is gesteld en door De Keizersberg niet is weersproken dat de geleverde producten in het algemeen snel worden verbruikt (uit productie 7 bij de dagvaarding is af te leiden binnen circa acht weken), waardoor controle langere tijd na levering van de producten niet meer mogelijk is.
2.8.
De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden.

3.De beslissing

De rechtbank:
- laat De Keizersberg toe te bewijzen dat het niet mogelijk is het door Bonda geleverde product binnen een termijn van veertien dagen na levering te bemonsteren en tegen aanvaardbare kosten op de door Bonda opgegeven matrixwaarden te laten analyseren;
bepaalt dat, indien De Keizersberg het bewijs door middel van
getuigenwil leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. P.A. de Heij in één van de zalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan nr. 60 te ’s-Gravenhage op
woensdag 23 september 2009om
14.00 uur;
- bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen,
binnen twee wekenna de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank ter attentie van de roladministratie van de sector civiel - om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen in de drie maanden volgend op genoemde datum;
- bepaalt dat De Keizersberg, indien zij nog bewijsstukken wil overleggen, deze binnen twee weken voorafgaande aan het getuigenverhoor aan de rechtbank – ter attentie van de roladministratie van de sector civiel – en aan de wederpartij moet toesturen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.G.J. de Heij en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2009, in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.type: CJ