ECLI:NL:RBSGR:2009:BG9620
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens voortduren ongewenstverklaring vreemdeling
Eiser, een vreemdeling van Marokkaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit tot handhaving van de afwijzing van zijn verzoek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Hij stelde dat zijn medische situatie een opschorting van uitzetting rechtvaardigt en beroept zich op artikel 3 EVRM Pro tegen uitzetting.
De rechtbank stelt vast dat eiser bij besluit van 13 juli 2006 ongewenst is verklaard en dat deze ongewenstverklaring onherroepelijk is geworden. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan een ongewenst verklaarde vreemdeling geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben zolang de ongewenstverklaring voortduurt.
Hierdoor heeft eiser geen belang bij het beroep tegen het besluit tot handhaving van de afwijzing van zijn verzoek op grond van artikel 64 Vw Pro 2000, omdat dit verzoek geen rechtmatig verblijf kan opleveren zolang de ongewenstverklaring blijft bestaan. De rechtbank laat een inhoudelijke beoordeling achterwege en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Eiser wordt erop gewezen dat hij de schending van artikel 3 EVRM Pro kan aanvoeren in een procedure tegen de weigering tot opheffing van de ongewenstverklaring en dat hij bij dreiging van verwijdering een voorlopige voorziening kan aanvragen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het voortduren van de ongewenstverklaring waardoor geen rechtmatig verblijf mogelijk is.