ECLI:NL:RBSGR:2009:BH0076
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing asielaanvraag en beroep op subsidiaire bescherming wegens binnenlands gewapend conflict in Irak
Verzoeker, afkomstig uit Noord-Irak, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen binnen de 48-uurstermijn van de aanmeldcentrumprocedure. Hij stelde dat er sprake was van een binnenlands gewapend conflict in Noord- en Centraal-Irak en dat hij daardoor recht had op bescherming op grond van artikel 15, onder c, van de Definitierichtlijn. Verzoeker voerde tevens dat zijn aanvraag niet tijdig was behandeld en dat hij onvoldoende gelegenheid had gekregen om documenten te overleggen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder het besluit onvoldoende had gemotiveerd, met name door niet in te gaan op het standpunt van verzoeker over het conflict in Centraal-Irak en de overgelegde stukken. Dit leidde tot vernietiging van het besluit wegens strijd met artikel 3:46 Awb Pro. Echter, de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand omdat niet was gebleken dat verzoeker een reëel risico liep op ernstige schade als gevolg van het conflict.
De rechtbank overwoog verder dat het asielrelaas van verzoeker niet geloofwaardig was vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van documenten ter staving van identiteit en nationaliteit. Daarnaast werd het beroep op subsidiaire bescherming afgewezen omdat verzoeker niet viel onder de reikwijdte van artikel 15, onder c, van de Definitierichtlijn. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep op subsidiaire bescherming wordt afgewezen en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, terwijl het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand blijven.