ECLI:NL:RBSGR:2009:BH1213
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Gorter
- R.F.B. van Zutphen
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Irak
Eiser is ongewenst verklaard omdat hij een gevaar zou vormen voor de nationale veiligheid en de openbare orde, op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder had het onderzoek naar artikel 1(F) aanvankelijk gesloten, maar dit heropend vanwege twijfels over de identiteit en achtergrond van eiser. De rechtbank oordeelt dat de procedure weliswaar grenst aan onzorgvuldigheid, maar dat verweerder gerechtigd was het onderzoek te heropenen.
Eiser stelde dat hij niet betrokken was bij de misdrijven als bedoeld in artikel 1(F), maar dit verweer werd onvoldoende geacht om het besluit te vernietigen. Wel oordeelt de rechtbank dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom juist eiser met zijn achtergrond geen reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Irak.
De rechtbank neemt daarbij verklaringen van Amnesty International en ambtsberichten in acht, die een persoonlijk risico voor eiser aannemelijk maken. Gelet op het relaas van eiser en de omstandigheden van zijn vader en diens betrokkenheid bij arrestaties, is het risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro niet adequaat gemotiveerd door verweerder.
Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het risico op schending van artikel 3 EVRM.