ECLI:NL:RBSGR:2009:BH1655
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verstrekking aanvullende processtukken na sepot strafrechtelijk onderzoek
Eiser verzocht de officier van justitie om toezending van het strafdossier in een strafrechtelijk onderzoek dat in 2006 tegen hem was gestart. Na weigering diende eiser twee bezwaarschriften in bij de rechtbank Rotterdam, die de officier van justitie gelastte om de tot 4 april 2008 bestaande processtukken ter beschikking te stellen. De officier van justitie verstrekte daarop stukken met betrekking tot een huiszoeking, maar weigerde andere gevraagde stukken te overleggen.
Eiser vorderde vervolgens in kort geding dat de Staat alsnog alle door hem opgesomde processtukken zou overleggen, waaronder getuigenverhoren, BOB-stukken en diverse proces-verbalen. Hij stelde dat hij een spoedeisend belang had vanwege een nieuw onderzoek naar zijn financieel handelen. De Staat voerde verweer dat de beslissingen van de rechtbank Rotterdam correct waren uitgevoerd en dat de officier van justitie beleidsvrijheid heeft bij het samenstellen van het procesdossier.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de officier van justitie niet gehouden is tot verstrekking van stukken die niet tot het procesdossier behoren, zoals de BOB-stukken die nog niet waren toegevoegd. Tevens is het procesdossier niet identiek aan het politiedossier. Het kort geding kan niet dienen om het procesdossier na sepot alsnog uit te breiden. Het belang van eiser bij verstrekking van de gevraagde stukken werd voorshands niet aannemelijk geacht. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verstrekking van aanvullende processtukken wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.