ECLI:NL:RBSGR:2009:BH2004
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij verzoeken tot paspoortverstrekking en vaderschapsvaststelling onder Verordening EG nr. 2201/2003
De vrouw verzocht de rechtbank om voor recht te verklaren dat de man als gezaghebbende vader toestemming verleent voor de afgifte van paspoorten aan hun minderjarige kinderen, subsidiair om vervangende toestemming te verlenen op grond van artikel 34 Paspoortwet Pro, en meer subsidiair om het vaderschap van de man gerechtelijk vast te stellen.
De rechtbank onderzocht eerst haar rechtsmacht op grond van Verordening (EG) nr. 2201/2003, die bepaalt dat de rechter van het land waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft, bevoegd is. Omdat de kinderen ten tijde van de procedure in het Verenigd Koninkrijk woonden, is de Engelse rechter bevoegd. De eerdere Engelse uitspraak bevestigde dit.
De rechtbank constateerde dat de documenten omtrent de identiteit van de man en zijn vaderschap tegenstrijdigheden vertonen, waardoor niet kan worden vastgesteld of hij de biologische vader is en of de ouders de Nederlandse rechter bevoegd hebben verklaard. Hierdoor kan de Nederlandse rechter geen kennis nemen van de verzoeken.
De rechtbank wees er op dat de oudste minderjarige inmiddels meerderjarig is en zelf een paspoort kan aanvragen. Tevens adviseerde zij de partijen DNA-onderzoek in het Verenigd Koninkrijk te overwegen om de afstammingsrelatie te bevestigen, waarna de gezagsrelatie kan worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd kennis te nemen van de verzoeken en wees de vrouw erop dat de Engelse rechter bevoegd is.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de verzoeken en verwijst naar de Engelse rechter als bevoegde instantie.