ECLI:NL:RBSGR:2009:BH2382
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod op incassering dwangsommen wegens niet-naleving vonnis over beschuldigingen corruptie
In deze kort gedingprocedure staat centraal of eiser dwangsommen heeft verbeurd door het niet of onvoldoende naleven van een eerder vonnis van 24 september 2007, dat door het gerechtshof is bekrachtigd. Het vonnis verbood eiser en zijn partij om gedaagde te beschuldigen van corruptie of de suggestie daarvan te wekken, onder dreiging van dwangsommen.
Eiser had onder meer op zijn website en via verwijzingen naar andere websites uitlatingen gedaan die volgens gedaagde in strijd waren met dit verbod. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser inderdaad dwangsommen heeft verbeurd voor verwijzingen naar een open brief op zijn website en publicaties van een fractiemedewerker, maar dat hij niet verantwoordelijk is voor uitlatingen van die fractiemedewerker zelf. Voor de dwangsommen die betrekking hebben op de open brief en publicaties wordt een executieverbod uitgesproken totdat een nader rechterlijk oordeel is verkregen.
Verder heeft eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij alles heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem mocht worden verwacht om het vonnis na te leven, waardoor ook dwangsommen zijn verbeurd voor bepaalde uitlatingen en verwijzingen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek van eiser af om het bedrag waarvoor conservatoir beslag is gelegd te matigen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt verboden dwangsommen te incasseren voor bepaalde uitlatingen zolang hierover geen rechterlijk oordeel is, eiser wordt veroordeeld in de kosten.