ECLI:NL:RBSGR:2009:BH2438
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige identiteit en nationaliteit
Verzoeker, van Ivoriaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke is afgewezen. Eerder was zijn asielverzoek al afgewezen vanwege twijfel aan zijn identiteit en nationaliteit. Verzoeker stelde dat de situatie in Ivoorkust verslechterd is en dat nieuwe rechtswijzigingen van toepassing zijn, maar kon geen authentieke documenten overleggen ter onderbouwing van zijn identiteit.
De rechtbank oordeelt dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die het eerdere oordeel over de ongeloofwaardigheid van verzoekers identiteit en nationaliteit kunnen veranderen. Ook is geen sprake van een voor verzoeker relevante wijziging van het recht, ondanks het categoriale beschermingsbeleid voor Ivoorkust en artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verzoeker wordt niet verplicht tot het ondergaan van een taalanalyse en de medische stelling dat hij aan TBC lijdt, is niet voldoende onderbouwd om tot een ander oordeel te komen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.