ECLI:NL:RBSGR:2009:BH2443
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening en opheffing vrijheidsontnemende maatregel in asielzaak uit Irak
Verzoekster, van Iraakse nationaliteit en afkomstig uit Bagdad, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze werd afgewezen, waarna zij beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening verzocht om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank overweegt dat de situatie in Irak, met name in Bagdad, gekenmerkt wordt door sectarisch geweld tussen soennitische en sji'itische milities, waaronder het Mehdi-leger. Dit geweld leidt tot ernstige en individuele bedreigingen, passend binnen artikel 15, aanhef en onder c, van de Europese Definitierichtlijn.
Hoewel de geloofwaardigheid van het asielrelaas nog niet definitief kan worden beoordeeld vanwege lopende prejudiciële vragen bij het Hof van Justitie, weegt de rechtbank het belang van verzoekster zwaarder dan dat van de staat bij uitzetting. Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen en de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven.
Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt gegrond verklaard, maar een verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat geen onrechtmatigheid eerder dan nu is vastgesteld. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van de voorlopige voorziening.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen, de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven en uitzetting van verzoekster verboden totdat op het beroep is beslist.