ECLI:NL:RBSGR:2009:BH2912
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Toepassing en uitleg van de Wrakkenwet bij opruiming gezonken binnenschip en lading
Op 13 oktober 2008 zonk het binnenvaartschip 'RIAD' na een aanvaring met het zeeschip 'Wisdom' in de Oude Maas. De Minister van Verkeer en Waterstaat plaatste het schip en de lading onder de werking van de Wrakkenwet, waarna de Staat de opruimingskosten begrootte op ruim € 554.000, waarvan circa € 34.000 voor de lading ferrochroom, waarvan ELG en Henric de belanghebbenden zijn.
ELG en Henric vorderden afgifte van de lading tegen zekerheidstelling van alleen de bergingskosten van de lading, terwijl de Staat hen aansprak voor de volledige opruimingskosten. De rechtbank oordeelde dat de Wrakkenwet primair waterstaatsbelangen dient en geen onderscheid maakt tussen verschillende geborgen zaken of belanghebbenden. De wetsgeschiedenis toont dat kosten niet gesplitst worden, wat ook praktisch niet uitvoerbaar is.
Het beroep op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM faalde, omdat de lading niet ontnomen maar slechts onder zich gehouden werd en de belangenafweging niet kennelijk onevenredig was. De vordering van ELG en Henric werd afgewezen en het conservatoir beslag opgeheven, met veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De vordering van ELG en Henric tot afgifte van de lading tegen zekerheidstelling voor alleen de ladingkosten wordt afgewezen; zekerheid voor de volledige opruimingskosten is vereist.