ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3083
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bovenwettelijke uitkering en suppletie bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid
Eiser, werkzaam in het primair onderwijs en gedeeltelijk arbeidsongeschikt, kreeg een werkloosheidsuitkering, suppletie en bovenwettelijke uitkering toegekend. Na het niet voldoen aan de sollicitatieplicht werd zijn werkloosheidsuitkering verlaagd en later geheel geweigerd, waarop ook de suppletie werd verlaagd en geweigerd. De bovenwettelijke uitkering werd ingetrokken en teruggevorderd omdat eiser geen recht had op een werkloosheidsuitkering.
Eiser stelde dat hij recht had op suppletie omdat hij zijn resterende verdienvermogen volledig had benut en dat de koppeling tussen werkloosheidsuitkering en suppletie onduidelijk was. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aan zijn sollicitatieplicht had voldaan en dat de suppletieregeling een werkloosheidsregeling is die een sollicitatieplicht impliceert. Verweerder mocht daarom de suppletie verlagen en weigeren.
De rechtbank vond echter dat verweerder onjuist had uitgelegd dat de verlaagde suppletie niet betaald hoefde te worden op grond van artikel 29 BZA Pro en vernietigde het besluit voor de periode 1 mei 2005 tot 1 augustus 2005. De intrekking en terugvordering van de bovenwettelijke uitkering werden gegrond verklaard. Verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard voor de weigering van verlaagde suppletiebetaling in de periode 1 mei 2005 tot 1 augustus 2005 en vernietiging van dat besluit, terwijl de intrekking en terugvordering van de bovenwettelijke uitkering terecht zijn.