ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3086
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ongewenstverklaring vreemdeling met beperkte omgang gezinsleven
Verzoeker, een Jamaicaanse nationaliteit bezittende vreemdeling die sinds 1993 in Nederland verblijft, werd ongewenst verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege eerdere veroordelingen voor drugs- en geweldsdelicten. Hij heeft een minderjarige Nederlandse zoon, maar heeft slechts sporadisch contact gehad en minimale invulling gegeven aan zijn ouderschap.
Verzoeker stelde dat de ongewenstverklaring een disproportionele inbreuk vormt op zijn gezinsleven en verwees naar jurisprudentie van het EHRM. Hij voerde aan dat hij geen reisdocument kan verkrijgen en dat de rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring pas na formele rechtskracht mogen intreden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd was tot ongewenstverklaring en dat de belangenafweging een redelijk evenwicht toont tussen het algemeen belang en het persoonlijke belang van verzoeker. De beperkte omgang met zijn zoon en de ernst van de strafbare feiten rechtvaardigen de maatregel. De ongewenstverklaring schendt het proportionaliteitsbeginsel en artikel 8 EVRM Pro niet.
Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de ongewenstverklaring wordt afgewezen; de maatregel blijft van kracht.