ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3377
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen te late invrijheidsstelling en schadevergoeding vreemdelingenbewaring
Eiser werd op 14 januari 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld zonder voorafgaand gehoor vanwege het ontbreken van een tolk in de Somalische taal. Hoewel het voorafgaande gehoor niet kon worden afgewacht, is eiser pas meer dan 24 uur na inbewaringstelling gehoord, wat niet voldoet aan de wettelijke vereisten. De rechtbank oordeelt dat dit gebrek niet onrechtmatig is, gezien de belangen die aan de maatregel ten grondslag liggen en het feit dat eiser alsnog is gehoord.
Eiser stelde dat hij een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wilde indienen en daarom niet in bewaring had mogen worden gesteld, maar de rechtbank verwierp dit omdat de wet het stellen in bewaring ook toestaat na een dergelijke aanvraag. Verweerder handelde voldoende voortvarend, ondanks een vertraging in de verzending van een claim naar Bureau Dublin, wat uiteindelijk leidde tot opheffing van de bewaring op 23 januari 2009.
De feitelijke vrijheidsontneming zou pas op 25 januari 2009 zijn geëindigd, maar de rechtbank oordeelt dat zij slechts tot 23 januari 2009 de bewaring kan toetsen. De voortduring na die datum valt buiten het geschil en kan via een andere beroepsmogelijkheid worden aangevochten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.