ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3389
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanhouding omgangsprocedure in Nederland in afwachting van hoger beroep in België
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 19 december 2008 een verzoek van de moeder tot wijziging van de omgangsregeling en ontzegging van omgang aan de vader, gebaseerd op artikelen 1:377a en 1:253a BW. De minderjarigen hebben zich in raadkamer uitgelaten. De vader woont in België en voert aan dat de Nederlandse rechter de zaak moet aanhouden vanwege een lopend hoger beroep in België.
De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van artikel 8 Brussel Pro II bis, omdat de minderjarigen ten tijde van het verzoek hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden. Echter, omdat er al een procedure loopt in België en hoger beroep is ingesteld vóórdat het Nederlandse verzoek werd ingediend, is sprake van litispendentie.
De rechtbank besloot daarom de behandeling van het verzoek aan te houden tot 1 juni 2009, zodat eerst het verloop van het Belgische hoger beroep kan worden afgewacht. Partijen moeten zich uiterlijk twee weken voor die datum uitlaten over de voortgang van de Belgische procedure. De beslissing over de omgangsregeling en proceskosten wordt eveneens aangehouden.
Uitkomst: De behandeling van het verzoek tot wijziging van de omgangsregeling wordt aangehouden tot 1 juni 2009 in afwachting van het Belgische hoger beroep.