ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3538
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen inbewaringstelling wegens ontbreken rechtmatig verblijf als partner EU-burger
Eiser, partner van een EU-burger, is korter dan drie maanden in Nederland en werd in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf. Hij had met een vals paspoort gereisd en heeft zijn originele paspoort niet aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst overgelegd.
Eiser stelde dat hij rechtmatig verblijf had op grond van Richtlijn 2004/38/EG en dat hij een aanvraag tot erkenning van zijn verblijfsrecht had ingediend. De rechtbank stelde vast dat het rechtmatig verblijf vereist dat de vreemdeling in het bezit is van een geldig paspoort, hetgeen eiser niet kon aantonen. De rechtbank liet de vraag of er sprake was van een duurzame relatie achterwege omdat het ontbreken van het paspoort doorslaggevend was.
De rechtbank oordeelde dat de inbewaringstelling niet onrechtmatig was, omdat de belangen van de openbare orde en nationale veiligheid zwaarder wogen dan het belang van eiser. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de mogelijkheid tot hoger beroep werd gewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.