ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3571
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens medische noodsituatie bij PTSS
Verzoekster, van Armeense nationaliteit, diende een aanvraag in op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 om uitzetting op te schorten vanwege haar ernstige PTSS. Verweerder wees dit af op basis van een medisch advies dat reizen mogelijk achtte onder begeleiding en medicatie, en dat behandeling in Armenië en Georgië beschikbaar zou zijn.
Verzoekster betoogde dat een veilige behandelingsomgeving essentieel is voor succesvolle behandeling van PTSS en dat deze in Armenië ontbreekt, wat werd ondersteund door een brief van haar psychiater. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar deze veilige omgeving en dat nadere informatie van het Bureau Medische Advisering (BMA) nodig is.
Ook werd geoordeeld dat Georgië niet als herkomstland kan worden beschouwd, zodat behandeling daar niet zonder meer gegarandeerd is. Gezien deze onduidelijkheden kon het bezwaar niet zonder meer worden afgewezen en werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen.
De voorzieningenrechter verbood de uitzetting tot vier weken na beslissing op bezwaar en veroordeelde verweerder in de proceskosten, met vergoeding van griffierecht aan verzoekster.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoekster wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.