ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3680
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring wegens onvoldoende motivering persoonlijke gedragingen
Eiser, een Britse staatsburger, werd ongewenst verklaard vanwege een veroordeling voor drugsmisdrijven en een vermeende actuele bedreiging van de openbare orde. Verweerder baseerde dit op een strafrechtelijke veroordeling uit 2005 en eerdere veroordelingen in het Verenigd Koninkrijk. Eiser betwistte de beoordeling en stelde dat verweerder artikel 7:9 Awb Pro had geschonden door hem niet te horen over nieuwe feiten.
De rechtbank oordeelde dat eiser bewust onjuiste verklaringen had afgelegd over zijn strafrechtelijke verleden, waardoor verweerder niet verplicht was hem nader te horen over de Britse antecedenten. Wel was het besluit onvoldoende gemotiveerd omdat verweerder niet had ingegaan op het persoonlijke gedrag dat tot de veroordeling leidde. De enkele strafrechtelijke veroordeling is onvoldoende om een actuele bedreiging van de openbare orde aan te nemen.
Verder verwierp de rechtbank het betoog dat alleen gelijksoortige misdrijven in aanmerking mochten worden genomen en stelde dat ook eerdere niet-drugsgerelateerde delicten relevant kunnen zijn. Het feit dat eiser tussen 1990 en 2005 niet in aanraking kwam met justitie kon niet worden meegewogen ten gunste van eiser, omdat hij onvoldoende bewijs leverde over zijn verblijf en activiteiten.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit in strijd was met artikel 7:12 Awb Pro wegens onvoldoende motivering en vernietigde het besluit. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending van hoor- en wederhoor, met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.