ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3843
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.J. Fehmers
- S.C.J. Lindeboom
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling wegens onjuiste Wav-controle en niet-toepassen artikel 59 Vw 2000
Eiser werd op 27 januari 2009 in bewaring gesteld wegens vermeende overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De verbalisant trof echter niemand werkend aan, wat volgens de rechtbank uit het proces-verbaal blijkt. Verweerder stelde dat eiser wel werkend was omdat hij zich in een magazijn bevond, maar deze uitleg werd verworpen wegens innerlijke tegenstrijdigheid en het ontbreken van onderzoek naar een tewerkstellingsvergunning.
De rechtbank oordeelde dat de verbalisant niet bevoegd was om eiser naar zijn identiteitsbewijs te vragen, omdat dit alleen mocht indien noodzakelijk voor toezicht op naleving van de Wav, wat hier niet het geval was. Ook was niet vastgesteld dat de verbalisant bevoegd was tot staandehouding op grond van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
Daarnaast had eiser vanaf het begin aangegeven Nederland te willen verlaten en beschikte hij over een geldig paspoort, een treinticket naar België en voldoende middelen. Verweerder had daarom de bewaring op grond van artikel 59, derde lid, Vw 2000 moeten achterwege laten. De rechtbank concludeerde dat de maatregel onrechtmatig was opgelegd en onrechtmatig voortduurde tot 11 februari 2009.
De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van €1195,-- voor de periode van onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten van €644,--. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en oordeelde dat de inbewaringstelling onrechtmatig was, waarna een schadevergoeding werd toegekend.