ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3845
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens ontbreken reëel zicht op uitzetting naar China
Eiser werd op 25 januari 2009 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De bewaring werd op 2 februari 2009 opgeheven vanwege het ontbreken van zicht op uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat het opleggen van de bewaring onrechtmatig was omdat er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond en er geen concreet zicht was op uitzetting naar China of een derde land. Eiser had verklaard de Chinese nationaliteit te bezitten, sinds 2000 in Nederland te verblijven, zijn paspoort bij vertrek uit China te hebben afgegeven en geen banden in Nederland te hebben. Verweerder had onvoldoende concrete aanknopingspunten voor onderzoek naar uitzetting.
De rechtbank wees het beroep toe en kende eiser een schadevergoeding toe van €715,-- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Daarnaast werden de proceskosten van €644,-- aan eiser toegewezen. De rechtbank zag geen aanleiding om de derde beroepsgrond te behandelen en verklaarde het beroep gegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens onrechtmatige bewaring en kent een schadevergoeding toe van €715 aan eiser.