ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3860
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. de Jong-Koops
- mr. drs. H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet wijzen op recht op consulaire bijstand bij bewaring vreemdeling
Eiser, van Letse nationaliteit, werd op 11 januari 2009 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 wegens illegaal verblijf en uitzettingsbelangen. Tijdens het gehoor is eiser niet gewezen op zijn recht op consulaire bijstand, wat eiser ter zitting bevestigde. Het proces-verbaal vermeldde wel dat het consulaat zou worden geraadpleegd, maar dit werd niet als een daadwerkelijke mededeling van het recht op consulaire bijstand beschouwd.
Verweerder voerde aan dat belangen van openbare orde en uitzetting de maatregel rechtvaardigden, mede vanwege het ontbreken van identiteitsdocumenten, verblijfplaats en middelen van bestaan, alsmede een brief uit België die verblijf in de EU beperkte. De rechtbank stelde vast dat geen zeer zwaarwegende belangen zoals criminele antecedenten of staatsgevaar waren aangevoerd.
De rechtbank oordeelde dat het procedurele gebrek van het niet wijzen op het recht op consulaire bijstand ernstig was en niet in redelijke verhouding stond tot de belangen van de bewaring. De voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel werd daarom als onrechtmatig beoordeeld.
De rechtbank besloot het beroep gegrond te verklaren, de bewaring per direct op te heffen en de Staat der Nederlanden te veroordelen tot een schadevergoeding van €770 aan eiser wegens onrechtmatige vrijheidsontneming, alsmede tot betaling van proceskosten van €644.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt opgeheven en de Staat wordt veroordeeld tot schadevergoeding.