ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3863
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens schending recht op rechtsbijstand bij vreemdeling
Eiser, een vreemdeling van Algerijnse nationaliteit, werd op 30 december 2008 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Tijdens het strafrechtelijk voortraject en het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling gaf eiser meerdere malen aan zijn voorkeursadvocaat, mr. Jansen, te willen raadplegen. Mr. Jansen was per fax op de hoogte gesteld van de inbewaringstelling, maar ondanks het beleid om twee uur te wachten met het horen van eiser, werd direct zonder de aanwezigheid van mr. Jansen met het gehoor begonnen.
De rechtbank acht de verklaringen van eiser, gesteund door de omstandigheden en het proces-verbaal, betrouwbaarder dan het proces-verbaal dat stelde dat eiser geen behoefte had aan zijn advocaat tijdens het gehoor. Dit procedurele gebrek wordt als ernstig beoordeeld en leidt tot onrechtmatigheid van de bewaring, temeer daar de belangen van eiser zwaarder wegen dan die van de overheid.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt de opheffing van de bewaring met ingang van 13 januari 2009 en kent eiser een schadevergoeding toe van €675,-- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens wordt de Staat veroordeeld in de proceskosten van €644,--. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens schending van het recht op rechtsbijstand en eiser krijgt een schadevergoeding toegekend.