ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3896
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortduring vreemdelingenbewaring en vergoeding kosten niet gebruikt vliegticket
Eiser, een Venezolaanse vreemdeling, werd op 14 januari 2009 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Hij beschikte over een geldig paspoort en had een vliegticket naar Londen overgelegd, waar hij zonder visum mocht verblijven. De rechtbank stelde vast dat de voortzetting van de bewaring vanaf 21 januari 2009, de datum waarop het ticket werd overgelegd, niet langer rechtmatig was omdat eiser het land zelfstandig kon verlaten.
Verweerder stelde dat eiser geen rechtmatig verblijf had in Europa en dat de bewaring daarom voortduurde, mede op grond van de Schengengrenscode. De rechtbank verwierp dit standpunt omdat de Schengengrenscode niet van toepassing is op het Verenigd Koninkrijk en eiser toegang had tot Groot-Brittannië.
De rechtbank oordeelde dat de voortzetting van de bewaring onrechtmatig was en dat de Staat der Nederlanden aansprakelijk is voor de schade die eiser heeft geleden. Dit betreft de kosten van het niet gebruikte vliegticket naar Londen en de proceskosten. De bewaring werd opgeheven per 29 januari 2009 en de Staat werd veroordeeld tot betaling van een vergoeding van €1.331 en proceskosten van €644.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de voortzetting van de vreemdelingenbewaring vanaf 21 januari 2009 onrechtmatig was en veroordeelt de Staat tot vergoeding van de schade en proceskosten.