ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3897
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortvarendheid en rechtmatigheid inbewaringstelling na strafrechtelijke detentie vreemdeling
Eiser, een vreemdeling van Algerijnse nationaliteit, werd op 30 september 2008 in bewaring gesteld, welke bewaring op 22 oktober 2008 werd opgeheven wegens het uitzitten van een straf. Vervolgens werd hij op 30 januari 2009 opnieuw in bewaring gesteld. Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld tijdens de strafrechtelijke detentie, met name omdat tussen 22 oktober 2008 en 28 januari 2009 geen uitzettingshandelingen waren verricht en een geplande presentatie bij de Algerijnse autoriteiten op 6 januari 2009 werd geannuleerd door toedoen van de staatssecretaris.
De rechtbank overwoog dat hoewel de staatssecretaris de inspanningsverplichting had geschonden door de presentatie te laten afgelasten, dit niet leidde tot onrechtmatigheid van de inbewaringstelling. Dit omdat eiser ongewenst was verklaard, criminele antecedenten had en er zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn, met een nieuwe presentatie gepland op 17 maart 2009. Bovendien had eiser drie van de vier maanden vrijheidsbeneming in strafrechtelijke detentie doorgebracht.
De rechtbank concludeerde dat de vrijheidsontnemende maatregel niet in strijd was met de wet en bij afweging van alle belangen in redelijkheid gerechtvaardigd was. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.