ECLI:NL:RBSGR:2009:BH4596
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag voortgezet verblijf alleenstaande minderjarige vreemdeling wegens schending artikel 8 EVRM
Eiser, een alleenstaande minderjarige vreemdeling uit Angola, diende een aanvraag in tot wijziging en verlenging van zijn verblijfsvergunning, welke door verweerder werd afgewezen wegens niet-tijdige indiening. De aanvraag was pas ingediend in 2007, terwijl de eerdere vergunning in 2003 was verlopen. Eiser stelde dat de late indiening niet aan hem kon worden toegerekend vanwege zijn jonge leeftijd en afhankelijkheid van Stichting Nidos, die fouten maakte.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de nalatigheid van de wettelijke vertegenwoordiger volgens nationaal recht aan eiser moet worden toegerekend, dit in de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro anders ligt. Eiser had zich in Nederland geïntegreerd, volgde een opleiding en bevond zich in een cruciale fase van persoonlijke ontwikkeling. Er was geen reden om te veronderstellen dat een tijdige aanvraag niet zou zijn gehonoreerd en er waren geen contra-indicaties zoals openbare orde.
Daarom vond de rechtbank dat het belang van eiser bij respect voor zijn privéleven zwaarder woog dan het belang van verweerder bij strikte naleving van de migratiewetgeving. Het bestreden besluit getuigde van excessief formalisme en werd vernietigd. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd eiser het griffierecht en proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de aanvraag tot voortgezet verblijf wordt vernietigd wegens schending van artikel 8 EVRM en verweerder dient een nieuw besluit te nemen.