ECLI:NL:RBSGR:2009:BH5038
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
Verzoeker, een gestelde Palestijnse staatloze, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen omdat hij geen reis- of identiteitsdocumenten kon overleggen en onvoldoende geloofwaardige verklaringen gaf over zijn afkomst en reisroute.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de aanvraag in de aanmeldcentrumprocedure behandelde, aangezien verzoeker geen informatie verstrekte waarmee zijn identiteit of nationaliteit met redelijke zekerheid kon worden vastgesteld, conform artikel 23, vierde lid, van de Procedurerichtlijn.
Verzoekers argument dat het ontbreken van een paspoort niet te kwader trouw was, werd verworpen. Ook het ontbreken van verifieerbare verklaringen over zijn reis naar Nederland en de late indiening van de aanvraag wegen zwaar.
De rechtbank concludeert dat het besluit niet in strijd is met de Procedurerichtlijn en dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij Palestijnse afkomst heeft, waardoor hij geen verblijfsvergunning kan verkrijgen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.